Noot vooraf van de auteur
Ik begon aan The Fairy Tale met de gedachte een kind-vriendelijke fantasy te maken. Het concept van Loni paste hier mooi in toen ik de serie begon uit te breiden.
Hoewel ik zeker tevreden ben over het resultaat, zag ik al wel dat ik de serie meer de volwassen hoek in moest brengen om echt met Phantasar te kunnen doen wat ik wilde doen.
Loni is hierdoor het enige echte kinderboek in de serie, maar dient ondanks het meer volwassen karakter wat de rest van de serie zou krijgen wel als canon beschouwd te worden.
Tevens denk ik dat Loni ook voor volwassenen een heel leuk verhaal is.
Veel plezier met het eerste hoofdstuk van het verhaal.
I.
Het universum verbergt vele geheimen. Geheimen die nooit helemaal door de mens zullen worden ontsluierd. Soms ook omdat deze geheimen stammen uit een ver verleden. Een verleden dat soms teruggaat van ver voordat de Aarde bestond. Soms miljarden jaren ervoor. Een voorbeeld van eeen dergelijk geheim, is de vergeten planeet Phantasar. Dat deze planeet vergeten is, is alles behalve verwonderlijk, daar deze planeet miljarden jaren geleden ophield te bestaan. Hoe Phantasar aan zijn eind kwam is een nog groter mysterie dan het bestaan van de planeet zelf. Maar dat is voor ons verhaal ook niet van belang. Wat voor ons verhaal wèl van belang is, is het feit dat miljarden jaren lang deze wereld een thuis is geweest voor vele beschavingen, van vele mensachtige rassen. Mensen, Feeën, Elfen, Dwergen en nog veel meer. Maar Phantasar is ook een thuis geweest voor volkeren die lang voor andere volkeren verborgen zijn geweest. Soms door te leven in gebieden die voor anderen onbereikbaar waren. Soms door goede camouflage. Er is één volk geweest die dat allemaal niet nodig had om verborgen te blijven. Zij hebben verborgen kunnen blijven door hun extreem kleine gestalte. Toch vielen ze wel onder de mensachtigen. Hoe ooit zo'n klein mensenras heeft kunnen ontstaan is ieder die hen kent een raadsel. Zelf dachten ze dat het komt omdat ze geschapen zijn in verwantschap met insecten. Het feit dat ze ongeveer even groot waren als een pink, vliesvleugeltjes hadden en een paar voelsprieten zou dit vermoeden bijna bevestigen. Maar of dat ook zo is wisten ze zelf niet zeker. Ze noemden zichzelf "Pixies".
Pixies leefden vooral tussen bladeren van bomen, bloemen en planten. Hun huizen zaten verwerkt in de stam van een boom, waar ze ruimte genoeg uitholden om in te kunnen wonen. Aan de buitenkant zagen ze eruit als een boom, waarin een paar piepkleine raampjes en een deurtje zaten.
Ze leefden vooral van nectar. Dit wonnen ze uit bloemen. In de winter als er geen bloemen waren leefden ze van alternatieven zoals suikerwater. Phantasar was rijk aan suikerriet, en hele ploegen pixies waren soms te vinden in de rietvelden als ze bezig waren voor het hele volk wintervoorraden aan te leggen.
Over kleding liepen de meningen bij Pixies, uiteen. De een droeg bruin en groen opdat je je dan goed kon camoufleren tegen bomen en struiken. De ander was van mening dat je juist felle kleuren moest dragen zodat je niet opviel als je nectar uit bloemen moest halen. Ieder was het er over eens dat de kleding een zekere vorm van camouflage moest hebben, en dat vonden ze allemaal het allerbelangrijkste eraan. Pixies hadden namelijk te kampen met heel veel vijanden. Vleesetende insecten en spinnen, om er een paar te noemen. Pixies moesten dan ook in grote groepen leven en voortdurend samenwerken om te overleven, want ook al konden Pixies toveren, hun toverkracht was niet groot genoeg om je serieus te verdedigen tegen de gevaren van de natuur.
"Ben je alleen, dan wordt de natuur heel gemeen", is het motto dat Pixie-kinderen van jongs af ingeprent kregen.
Maar je weet hoe dat gaat. Kinderen kunnen heel eigenwijs zijn. Gelukkig waren de ouden altijd heel alert op de kinderen, en lieten ze geen moment uit het oog. Ze waren er altijd meteen bij als een kind weer eens van plan was er alleen op uit te gaan. In Pixie gemeenschappen waren er vaak hele grote groepen aangesteld die de hele dag niets anders te doen hadden dan kinderen in de gaten houden en bij hun kladden pakken als ze van plan waren er vandoor te gaan.
Natuurlijk was er altijd ééntje tussen die door de mazen van het net wist te glippen. En één kind dat het telkens weer presteerde was het meisje Loni. De ouden waren radeloos. Één keer hebben ze 100 man erop gezet alleen om haar in de groep te houden en zelfs toen presteerde ze het om er alleen op uit te trekken. Hoe ze het deed hebben de Ouden nooit kunnen achterhalen, maar dat ze het deed, is een feit.
Tot nu toe was dat altijd goed gegaan. Zo goed als ze was in het op een dwaalspoor brengen van de ouden, zo goed kon ze dat ook met vijandige dieren. Sommige ouden hadden het ook maar opgegeven haar nog langer in de gaten te houden. Ze wisten toch wel dat ze vroeg of laat weer op zou duiken.
Op een goede dag was het weer ze ver. Loni had weer weten te profiteren van een oude die minder goed oplette en ze was alweer in haar eentje het bos in gegaan. Ze kende het bos ondertussen op haar duimpje dus ze wist dat ze niet zou kunnen verdwalen. Ze vloog een bloem in en deed zich uitbundig tegoed aan het overvloedige hoeveelheid nectar die daarin lag. Toen ze wegvloog baalde ze wel goed van al het stuifmeel dat de bloem op haar kleren had achter gelaten. Driftig klopte ze al het stuifmeel van zich af en dat was een hele klus. Het plakte behoorlijk. Tenslotte pakte ze haar toverstokje. Zou het lukken? Een echte expert op het gebied van magie was ze niet, want op de toverschool was ze al vaak tijdens de les in slaap gevallen. Dat wil zeggen de lessen die ze bijgewoond had, want spijbelen, dá kon ze wel goed.
Maar eind goed, al goed, de spreuk werkte en al het vervelende stuifmeel viel van haar af.
"Ha!" dacht ze bij zichzelf. "Eindelijk een toverspreuk die meteen helemaal gelukt is!"
Loni was heel tevreden met zichzelf. Ze borg haar toverstokje op en besloot weer eens verder te vliegen.
Dit keer vloog ze verder dan ze ooit eerder geweest was. Nieuwe gebieden verkennen, daar was Loni altijd voor in.
Bang was ze niet. Loni had zo vaak geprobeerd nieuwe gebieden te verkennen, en Loni had al veel trucjes verzonnen om te voorkomen dat ze zou verdwalen.
Maar nu begon ze wel moe te worden en ze besloot te landen. Maar waarop was ze eigenlijk geland? Het was iets vleeskleurigs. Ze keek nog eens goed. Het leek wel een reusachtige hand. Loni's hart begon sneller te kloppen, maar voor Loni goed en wel besefte dat ze beter kon wegvliegen had een tweede hand haar ingesloten. Loni die kampioen ontsnappen was, en ook al vele gevaren had getrotseerd was nu toch behoorlijk bang geworden. Ze voelde dat ze omhoog werd bewogen. Toen de handen een kleine opening vormden, zag ze een gigantisch oog nieuwsgierig kijken. Het oog bekeek haar langs alle kanten van top tot teen.
Loni was verstijfd van angst. Het oog leek dit te zien.
"Wees niet bang", zei een harde stem, die blijkbaar van een meisje afkomstig moest zijn. "Ik zal je geen kwaad doen. Maar wat ben jij eigenlijk voor iets. Ik heb nog nooit zo'n kleine mensachtig wezentje gezien?"
Loni wist even niet goed wat ze moest doen. De stem klonk hard, maar misschien was dat vanwege de omvang van dit reusachtige wezen ook niet verwonderlijk. Maar de stem klonk ook geruststellend. Ze wist niet goed of ze deze reuzin nu moest vertrouwen of niet.
"Ik ben Loni", zei ze tenslotte. "Ik... ik... ben een Pixie".
Het reusachtige oog leek nu een soort verbazing uit te stralen.
"Een Pixie?"
"Eh, ja... Wat ben jij?"
De handen die Loni gevangen hielden gingen nu uit elkaar en Loni kon nu het gezicht van dit reusachtige meisje zien.
Ze had lang blond haar dat zo glad was als zijde, daar bij had ze hele diep blauwe ogen die heel duidelijk bijzonder scherp konden zien. Verder kon Loni zien dat de oren van het meisje spits omhoog liepen, puntoren dus.
Loni kon zich vaag herinneren op de toverschool gehoord te hebben over reusachtige wezens die "mensen" genoemd werden.
Zou dit een mens zijn?
Loni kon het niet helpen, maar ze moest het weten.
"Ben..... ben jij een mens?"
Het reusachtige meisje lachte.
"Nee", zei ze tenslotte. "Ik ben een Elf. En ik heet Teefah Santro!"
Loni kon het niet helpen, maar ze moest even lachen.
"Dat is een ingewikkelde naam!"
"Och", zei Teefah Santro. "Voor ons Elfen is het een heel normale naam, wij hebben allemaal dubbele namen. En we krijgen altijd de naam van onze moeder en onze vader mee. Mijn moeder heet Teefah Yankoh, en mijn vader Santro Renka, en daar is mijn naam uit ontstaan".
"Ik snap het", zei Loni. "Maar "Teefah Santro" is wel een lange naam hoor. Vind je het goed als ik je gewoon "Teefah" noem?"
Het elfenmeisje keek bedenkelijk.
"Dat is tamelijk ongebruikelijk, weet je. Wij Elfen vinden het heel onbeleefd als je elkaars namen inkort"
"Oh, sorry", zei Loni geschrokken. "Ik wilde je niet beledigen!"
Teefah Santro lachte.
"Oh, je beledigt me niet hoor", zei ze. "Jij mag me "Teefah" noemen"
Loni keek zwijgend naar Teefah Santro.
"Ik had wel eens van reusachtige wezens gehoord die "Mensen" heten, maar ik heb nog nooit van "Elfen" gehoord".
De Elf lachte.
"Om je eerlijk te zeggen, heb ik wel van Pixies gehoord, maar ik heb altijd gedacht dat ze verzinsels waren".
"Verzinsels?"
"Ja", zei Teefah. "De mensen en de feeën hebben verhalen over jullie die ze aan hun kinderen vertellen".
"Is dat waar?"
"Ja, kinderen slikken ze als zoete koek en worden daarmee rustig gehouden. Ik denk niet dat de volwassenen die dergelijke verhalen vertellen zelf geloven dat ze waar zijn."
Loni keek bedenkelijk.
"Waarom vertellen ze verhalen over ons als ze zelf niet geloven dat ze waar zijn?"
Teefah dacht na.
"Om je eerlijk te zeggen, weet ik het ook niet. Wij Elfen doen zoiets namelijk niet. We vinden het verkeerd om verhalen uit je duim te zuigen. We zien het als hetzelfde als liegen. Maar de mensen zien het blijkbaar als een manier om hun kinderen rustig te houden."
Loni dacht na. Moest ze de mensen nou veroordelen of niet. Als het op verzinnen aankwam kon ze zelf ook een behoorlijk eind komen. Ze had nogal wat verhalen verzonnen om van de Ouden weg te kunnen glippen.
"Eh, Teefah? Wat doe jij eigenlijk alleen in het bos? Ben je net als ik ook aan het.... er... spijbelen?"
"Dus jij bent aan het spijbelen?"
"Eh, ja", zei Loni blozend.
"Ik ben niet aan het spijbelen hoor. Ik was gewoon bessen aan het zoeken. Yasharbessen om precies te zijn. Wij Elfen zijn daar gek op".
"Yasharbessen?" riep Loni verschrikt. "Ze hebben mij altijd verteld dat die dingen vreselijk giftig zijn"
Teefah Santro keek verbaasd op.
"Giftig?", zei ze. "Misschien voor Pixies, maar niet voor Elfen. We eten ze al generaties lang, en er is bij ons Elfen nog nooit iemand ziek van geworden laat staan doodgegaan".
"Werkelijk?"
"Ja"
"Ach ja, wat weet ik nou van Elfen"
Teefah Santro moest lachen.
"Waarschijnlijk net zoveel als dat ik van Pixies weet"
Nu was het Loni's beurt om eens goed te lachen.
"Hé zei ze opeens. "Ik geloof, dat ik onderweg naar hier een yasharstruik heb zien staan."
"Is het waar? Het zou me een hoop zoeken besparen als je die zou kunnen aanwijzen"
"Ik moet even denken hoor, want van hier uit ziet alles er anders uit."
Loni tuurde nog eens goed over de bosjes.
"Daar", zei ze tenslotte. "Achter de boom!"
Teefah klom met een heel goede behendigheid over de struiken in de richting van de boom die Loni aanwees. Het kostte wel wat klim en klauter werk om achter de boom te komen, daar deze omringd was met struiken en bosjes, maar Elfen zijn van nature heel behendig, dus kostte het Teefah weinig moeite om de yasharstruik te bereiken. Loni was achter Teefah aangevlogen en was stomverbaasd over de extreme behendigheid die de elf liet zien. Ze kon zich gewoon niet voorstellen hoe iemand van zo'n extreme grootte1 zo behendig kon zijn. Maar goed, het was voor Loni al een openbaring dat er zulke grote wezens als Elfen bestonden.2
Teefah zag al wel snel dat Loni over de bessenstruik niet gelogen had. En wat een prachtexemplaar. Deze struik bevatte meer bessen dan ze ooit bij elkaar gezien had.
"Dank je wel, Loni", stamelde ze. "Dit is meer dan dat ik nodig had. Je hebt me een hoop werk bespaard".
"Oh, graag gedaan hoor", zei Loni met een knipoog, hoewel ze niet zeker wist of Teefah dat vanaf zo'n afstand had gezien het omgangsverschil.
"Mag ik eens wat vragen?", zei Loni tenslotte.
"Natuurlijk".
"Hoe oud ben je eigenlijk?"
"Ik? Ik ben honderddrieënveertig, hoezo?"
Loni was nu met stomheid geslagen. Tenslotte zei ze: "Pardon? Hoeveel?"
"Honderddrieënveertig. En jij?"
"I-I-I-Ik ben pas.... twaalf"
Teefah Santro moest lachen.
"Jullie Pixies worden blijkbaar niet zo oud als Elfen"
"Nou dat op zich nog wel, denk ik, onze volwassenen kunnen soms wel vijfhonderd jaar worden, maar die zien er op hun honderdste vaak al, eh oud uit en jij... Eh"
"Ziet er nog uit als een kind?"
"Eh, ja, ik bedoel nee"
Teefah schaterde het uit van het lachen.
"Zit je me uit te lachen?" riep Loni boos.
"Oh, nee, zo moet je het niet opvatten", lachte Teefah. "Maar ik vergeet vaak dat Elfen zo'n lang levend ras zijn. Om je de waarheid te zeggen, tot zover ik weet zijn Elfen op Feeën na het langst levende ras. Voor beiden rassen duurt het ook heel lang voordat we volwassen zijn. Een Elf is ongeveer rond zijn honderdentachtigste volwassen, terwijl dat bij een Fee bij tweehonderd is."
Loni dacht even na.
"Bij ons ben je met twintig al volwassen en mag je jezelf met vijftig één van de Ouden noemen. Maar we kunnen daarna soms wel vijfhonderd jaar worden".
"Wij Elfen worden meestal niet ouder dan achthonderd, maar ik geloof dat de ultieme recordhouder van lang leven nu duizendenvijftig jaar is."
"Duizendenvijftig!?"
"Hoe hij ooit zo oud heeft kunnen worden weet eigenlijk niemand. Ze hebben mij verteld dat hij dat zelf niet eens weet".
"Kun je me wat meer over Elfen vertellen?", zei Loni, die op een boomtak ging zitten.
"Nou ik vrees dat dat een saaie bedoeling wordt", zei Teefah, die intussen haar mandje aan het vullen was met yasharbessen. "Wij Elfen geloven in een zekere "harmonie". Prietpraat als je het mij vraagt, maar alles moet in goede harmonie met het hele elfenras en de natuur. Dat houdt kort samengevat in, hard werken, zorgen dat je nageslacht krijgt en na je leven je lichaam aan de natuur teruggeven"
"Dat klinkt saai. Word je daar niet gek van!?"
"Nee, niet echt, er is genoeg te doen om de "Harmonie" in stand te houden, dus vervelen doe je je nooit. Verder bied ik me altijd aan om yasharbessen te zoeken, want dan kan ik er eens op uit. Ik ben gek op het bos. Binnenkort hoop ik wat meer over de mensen, de Feeën en de Dwergen te weten te komen."
"Hoezo?"
"Nou ongeveer zeven jaar geleden waren we in oorlog met hen. En zij weer met elkaar. Die oorlog heeft tienduizend jaar geduurd hebben ze mij verteld. Maar zeven jaar geleden was die oorlog afgelopen en sindsdien proberen alle rassen in vrede met elkaar op te trekken, handel te drijven en van elkaar te leren. Ik zou graag met andere rassen in contact komen. Het lijkt me wel leuk om de andere rassen eens te leren kennen. Ik bedoel, van Mensen, Feeën en Dwergen weet ik alleen hoe ze eruit zien vanwege tekeningen die ze me ooit hebben laten zien. Ik heb er nog nooit één ontmoet."
"Klinkt spannend", zei Loni opgewonden.
"En?" vroeg Teefah tenslotte. "Hoe ziet het leven er bij Pixies uit?"
"Hmmm, wat zal ik zeggen. Veel hard werken voor onze veiligheid. We hebben veel vijanden die ons graag zouden willen opeten. We schijnen nogal lekker te smaken!"
"Is het heus?"
"Schijnbaar. Je wou het toch niet proberen, h邬™Ãƒ‚¨?"
"Oh, nee, wees maar niet bang, wij Elfen eten alleen plantaardige dingen!"
Loni haalde even adem.
"H邬™Ãƒ‚©, als ik al vlees zou eten, dacht je dan echt dat ik je zou opeten?"
"Eh, nee, natuurlijk niet. Hehehâ€ÂÂÃÃÆâ€ââ€Ã…¾Ã‚¢ÃƒÆ’ƒâ€ Ã¢â‚¬â„¢ÃƒÆ’†â€™Ãƒâ€ Ã¢â‚¬â„¢ÃƒÆ’‚¢Ã¢â€šÂ¬Ã…¡Ãƒâ€šÃ‚¦ Stom van me!"
"Maar verderâ€ÂÂÃÃÃÆâ€™Ãƒâ€ ’ƒâ€ Ã¢â‚¬â„¢ÃƒÆ’†â€™Ãƒâ€ Ã¢â‚¬â„¢ÃƒÆ’‚¢Ã¢â€šÂ¬Ã…¡Ãƒâ€šÃ‚¦"
"Nou wat zal ik zeggen, we kunnen een beetje toveren, dat leren we op de toverschool, maar die lessen zijn wel zoooooooooo verschriiiiiiikkelijjijijk saaaaaaaaaaaaaaaai!"
"Oh, dus d邬™Ãƒ‚¡é‚¬â„¢ÃƒÆ’‚¡rom ben je nu aan het spijbelen?"
"Nou wat zou jij doen als je een lerares moest aanhoren die de halve dag de stof op één toon opdreunt, zonder enige reuk of smaak, en die je in elkaar slaat als je haar vragen fout beantwoordt?"
"Doet ze dat dan?"
"De vorige keer had ze zelfs een paar botten van me gebroken, onze geneesheren zijn drie dagen bezig geweest om het weer in orde te krijgen, en als ik een verkeerde beweging maak voel ik het nog!"
"Volgens mij zit je nu toch echt vreselijk te overdrijven."
"Oké, oké zo erg was het nu ook weer niet. Ze heeft me nooit geslagen of iets. Maar ik kan je verzekeren dat je met haar afziet. Als je ooit een donderpreek van haar hebt aangehoord, wil je nooit meer één voet in die school zetten. En ze preekt wat af hoor!"
Teefah keek naar de lucht.
"Bij alle goden, is het al zo laat?"
"Pardon?"
"De zon is rood aan het worden. Ik moet terug naar huis".
Loni keek op.
"Ik denk dat ik ook maar beter kan gaan. Ik zou graag voor het donker thuis zijn".
"Zullen we elkaar ooit nog een keer zien?"
Loni dacht na.
"Weet je wat", zei ze. "Kom morgen naar hier en noem mijn naam. Ik zal er zijn!"
"Goed", zei Teefah en nam Loni op haar hand. "Dan zie ik je morgen rond de middag."
"Dat is afgesproken", zei Loni en ze vloog weg.
1Vanuit Pixie perspectief gezien.
2Ook weer vanuit Pixie perspectief. Elfen zijn namelijk even groot als mensen.